Toets Gesproken Nederlands
De Toets Gesproeken Nederlands is het tweede deel van het inburgerinsgexamen buitenland.
In dit deel wordt gekeken of je in normaal tempo gesproken Nederlands kan verstaan en daarop kan reageren.
Er worden drie soorten opdrachten getoetst: zinnen nazeggen, korte vragen beantwoorden en tegenstellingen geven.
De Toets Gesproken Nederlands bestaat uit 5 onderdelen:Om een voldoende te behalen voor het Basisexamen Inburgering op de Nederlandse ambassade moet u een score behalen die aantoont dat u minimaal een beheersingsniveau heeft op A1 niveau.
- Zinsrepetitie (zinnetjes nazeggen). Je krijgt 12 losse zinnen te horen en moet deze zinnen nazeggen. De zinnen variëren in lengte tussen 3 en 13 woorden. De aangeboden zinnen worden steeds iets moeilijker.
- Korte vragen. Je krijgt 14 korte vragen te horen en moet de vragen beantwoorden met een enkel woord of een kort zinnetje.
- Nogmaals zinsrepetitie (zinnetjes nazeggen).
- Tegenstellingen. Je hoort een woord en moet een woord met de tegenovergestelde betekenis noemen. Zo moet je 10 tegenstellingen noemen.
- Verhalen navertellen. Je hoort twee korte verhaaltjes en je moet deze verhaaltjes zo goed mogelijk navertellen. Dit onderdeel levert geen punten op voor de toets, het wordt gebruikt om de toets verder te ontwikkelen.
Toetsscore volgens rapportageschaal TGN CEF-niveau:
Score Niveau80 C268-79 C157-67 B247-56 B137-46 A226-36 A116-25 A1-min10-15 Lager dan A1-min
De uitslag van het examen wordt voor 75% bepaald door de nazegzinnen.
Met het lesmateriaal Toets Gesproken Nederlands kunt u oefenen voor de toets.










De Toets Gesproeken Nederlands is het tweede deel van het inburgerinsgexamen buitenland.